Onder de naam Sperwer heeft het schip tot midden jaren ’50 dienstgedaan als visserij-inspectievaartuig en politieboot in de Zeeuwse wateren. Volgens de overlevering controleerde het of de mazen van de netten niet te klein waren waardoor ondermaatse vis kon worden gevangen. Dit zou ook de reden zijn van de vlakke onderzijde. In de jaren vijftig speelde het een rol bij de directievoering rondom de Deltawerken.
Hierna is het schip naar de haven van IJmuiden verplaatst. De naam werd daarna veranderd in ‘Wijkermeer’, ‘RHD (Rijkshavendienst) IV’ en ‘RHD 64’. Hier heeft ze ook haar karakteristieke gele kleur gekregen. Rond 1980 is het schip uit de beroepsvaart, sindsdien heeft het schip 5 verschillende eigenaren gehad.
In tegenstelling tot een sleepboot heeft het schip een hoog voordek (bakdekker) en een relatief kleine motor. Hierdoor is er relatief veel woonruimte. Ook de stahoogte is aanzienlijk, waardoor de huidige eigenaar met zijn bijna 2 meter bijna overal kan staan.
Overige bijzonderheden: er heeft een periode een becker roer op het schip gezeten en het schip heeft een ijsbrekerboeg, verplaatsvermogen 63 m³